Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

III.

Napoleon, ontzettend wonder, Der achttiende eeuw; die in den donder (Als Mozes op 't gebergte) uw wetten gaeft der aerd; Wiens wenk de zetels nederbonsde,

Of ze uit het stof verhief; wiens wenkbrauw, als gij fronste, De woede ontstak van 't oorlogspaerd. Uw eerepalm, in 't bloed ontloken en gestegen, Werd uwer eenzaemheid tot straf. De wijze zetelt kalm ook bij uw tweede graf: Hij weegt en richt uw scepter en uw degen, En wendt het aenschijn van uw zegewagen af.

De Heere wilde in u een les aen allen schenken, Wier ijzren hoogmoed in den oorlog wellust vindt: Men zag uw avondzon in neevlen nederzwenken; Uw eenigst zoontje', uw aengebeden kind, Dat Romes diadeem tot speelgoed had ontfangen, Ach, arme vader, arme vorst, Mocht gij, al stervend zelfs, niet prangen Aen uw van éen gescheurde borst.

Wat les aen 't heldenrot geschonken! Wat geeselslag voor 't ras, van hoogmoed zwijmeldronken! De mensch, wiens scherpgespoorde hiel De Vrijheid trapte op 't hart, en 't van den moederboezem Gerukte kroost maeide in zijn bloesem, Die mensch kende al het leed der minste slavenziel.

Hij droomde, mijmrend, in den stillen schoot der golven: Zijn blik vervolgde haer in de onafmeetlikheid. Vergeefs! geen schip daegde op, de wieken uitgebreid, Te zijner hulp, en, 't graf hier levend ingedolven, Zag hij 't ellendig rif der aerdsche majesteit Ontmanteld, als een naekte logen. Dit plechtig, eindloos ruim sprak hem van 't Alvermogen,

En van den woorde: ‘Verder niet!’ Dat vloed en dwinglandij ten breidel tegenschiet. De golfberg, nooit terug getogen, Maer voortgerukt in eeuwgen draf, Bracht hem zijns levens beeld voor de oogen: Het slagveld en den troon, de rots en 't eenzaem graf.

Die les is uitgeschrabt door de eigen hand der volken: Napoleon herleeft voor 't nageslacht. Der Invalieden dom, gesteigerd in de wolken, Herziet in 't rijk des doods zijne ijdle jongste pracht. Parijs doet op een zuil haer ouden afgod klimmen, Voor wien elke eeuwge grens van stroom en berg verdwijn', En zij herhaelt, gestreeld door glorieschimmen, De trotsche tael: ‘Aen mij de Rhijn!’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove