Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

III.

Hoe roert dat kind mij hart en ader! Op aerde buigt de hemelboog Ter neêr, en tot den besten Vader Zwelt mij 't volzalig hart omhoog: Den eigen naem, dien wij hem geven, Gunt zijn genâ mij in dit kind. Brengt mij den kleene, zoo bemind, Wiens leven voortvloeit uit mijn leven!...

Hij koomt... Ik strek mijn handen uit. Mijn zalige adem bruischt hem tegen: ‘Mijn kind, ontfang den vaderzegen, Die uit des Heeren macht ontspruit!’

Dat hij zich met den zegen pare, Dien mij de beste vader schonk! Dat u de hemelmin beware, Die u zoo godlik tegenblonk Uit moeders oog, na 't lang verbeidde Op zulk een eersten liefdegroet! Stel, stel een vasten pelgrimsvoet, Waer 's levens baen u ook geleide! God weet, wat vreugd gij ons verwekt, Maer liever (hoe die slag verplette) Zag ik u sterven zonder smette, Dan leven voor zijn oog bevlekt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove