Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

II.

Drie eeuwen weken sints het kruis Op Golgotha rees, hoogverheven, Om nog een liefdeles te geven, Die sterker sprak dan 't wraekgebruis; - Drie eeuwen, en 't verbasterd Rome Dacht immer: 't bloed des christen stroome, Of de eeuwge-stad valt in tot gruis.

‘Rijs op, getrouwe burgerschaer; Roei 't oproer uit in Romes muren! Zoo riepen de offerende auguren, Bij Mavors bloedig feestaltaer. Hoort gij de christnen, aengegrepen Van razernij, ellendig dweepen Met hun gekruisten martelaer?

Zij durven, 's Nazareërs woord Verkondigend, van vrijheid spreken, En elken slavenband verbreken, Tot staetsomschudding aengespoord; Zij, bloedige offeranden wraken, En moed en vaderland verzaken, Ten strijde door geen roem bekoord.

Verhef u!... Tot des aerdrijks end' Moet de eeuwge-stad haer scepter zwieren, Hoe! zou niet de aedlaer zegevieren, Die Jovis eigen bliksem ment? Uw goden wanklen op de altaren: Verschop die burgers, als barbaren, Wier laster Romes grootheid schendt!’

En 's aerdrijks koningin ontsloot Voor 't leeuwenrot de schouwburgdeuren, Om martelaren te verscheuren, Die 't oude Rome had vergood; En, na zij in dien bloedstroom plaste, Ging zij ten disch, en klonk, en braste Den nacht dóor tot aen 't morgenrood.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove