Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

III.

Waerom mijn vol gemoed aen 't schoonst tafreel onttrokken?... O treurig schouwspel van vertrapten menschenplicht! Droef roept uw nacht mij na het licht. Verzink, tyran, die nog den dolk verheft, aen 't wrokken Op 't Evangelie: 't zal uw ijzren troon verschokken, En leevren u aen 't Godsgericht.

Wat grimt uw soldenier! Wat wil zijn arm u steunen, Nieuw Lucifer, in uw verbrijzeling? Gij deedt uw vorstenrecht op 't opperrecht niet leunen: Uw scepter was een vloek, uw straf is zegening.

En gij, gezonken mensch, die naer den gouden beker Der wellust nog met halfversteven vingren grijpt, Stik in uw vuigen poel, o maetschappijverbreker: Ja, die vergelder is de wreker, Wanneer 't geweten u de veege borst vernijpt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove