Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

VI.

Hier zwijgt hij; ieder juicht. Gelukkigste der weereld, Staert lang de moeder op heur gade en kindren, denkt Aen d'armen buerman, die haer wis zijn zegen schenkt, En ziet omhoog, terwijl een traen haer oog bepeerelt. De zilvren maen gaet op, de nachtegael zingt schoon; En in den dorpe wekt, als stem van 's Heeren woon, De klok tot bidden, tot herdenken en tot hopen. Bij al die harmonij en 't stille der natuer, Koomt zacht van lieverleê de sluimring aengeslopen, En onvergeetbaer blijft dit zalig avonduer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove