Skip to content
1859

Nazomer

Prudens Duyse

IV.

Is mij de aerde uit 't oog verdwenen? Bloedig landgeschiednisboek!... De eeuwen drijven voor mij henen, Met hun erfdeel: roem of vloek.

Ach, wat volk heeft niet geworsteld! Ach, wat volk heeft niet geweend! 't Kroost verbleekt nog, om dat gisten Van ontvruchtbaer duistre twisten, Op des martelaers gebeent.

Maer wat volk heeft niet geworsteld, En wat volk heeft niet gejuicht? 't Kroost verheft den kamp der vrijheid Bij de vaedren, als 't vol blijheid Vóor hun bronzen beelden buigt.

Ramp en kamp vliet, Oppervader, Uit uw hand op dit heelal: Ramp belet ons in te slapen, Kamp verkeert in werk en wapen, En in volkstriomf-geschal.

Hij, die 't voorrecht mag bezitten Zoon te zijn van 't kloeke Noord, Dat de Vrijheidsklok, bij 't zinken Van den folternacht, deed klinken, 't Lijdend aerdrijk dóor gehoord; -

Wie dat voorrecht mag bezitten Boven 't laf verweekte Zuid, Moet op dwang en dwaling wrokken; 't Woord der Vrijheid moet hem schokken. ‘Dood of vrij zijn!’ breekt hij uit.

Diepeerbiedig slaet hij de oogen Op des Heilands martelpijn, - Ja, op hem, nu luid gezegend, Eens met priestersmaed bejegend, Om van 't volk bespuwd te zijn.

God en waerheid, liefde en vrijheid, Dat 's het Evangelie, ja, Warsch van duisternis en grendel; Dat 's de leuze van zijn vendel: Eeuw bij eeuwe, zingt ze na!

Wilt gij een Christen zijn, uw harte vier' de liefde: Ze is geen geheimenis, maer helder zielsgeloof. Zij zalft, waer dweepzucht wondt; zij troost, waer onmin griefde, En blijft, met God vertrouwd, voor menschendoemnis doof.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nazomer · Prudens Duyse · Poetry Cove