Bl. 8.
Uw bondigheid, waardoor een reeks gedachten stroomen In engbeperkten zin, heeft elk den palm ontnomen.
Onse moederlycke tacle, zegt CuypersIn de voorrede zijns Tractaats van grondt-procederen, Bruss. 1715., is zoo woordryck als eenige andere, jae, oock seer cort; als vele bestaende in woorden van eene syllabe, daer uyt de volmaektheyd (of liever de aloudheid) van eene tael moet afgemeten worden: ende sulkx gaet tot soo verre, dat Albert Girard schryvende op de wercken van dien grooten mathematist Simon Stevin, liv. de la géographie, op de 5de definitie, opgehaelt heeft alle de een-syllabige woorden van verscheyden taelen; onder de welke hy in de nederlandtsche telt 2170, daar hy in de griecsche 265, ende in de latynsche alleenelyk ophaelt 163
Bekend is het stukje uit ééngrepige woorden zamengesteld door Vader CatsAchter de voorrede van het 1 ste deel van zijn Christelick huys-wyf. waar hij de volgende aanmerking bijvoegt:
‘Siet hier, Nederlander, tot lof van uwe moedertale, een gants gedichte alleen bestaende uyt enckel geluyden, ofte woorden van eener silbe: waer uyt blycken kan hoe kort en bondigh ghy daer in spreken kont. Ick wenste dat iemant van hare verachters dit eens pooghde nae te spelen, selfs in de taele die hem best ter hand mochte wezen en daer niet door wetende te raken (gelyck ik oordeele sulcx in andere talen onmogelick te zyn) dat hy ten minsten van dan voortaen, in meerder achtinge van de selve wilde spreken, en gevoelen.
Dit stukje vangt dan aldus aan:
Vraeght yemant wat ick voor een vrou Tot myn geselschap wensen sou; Gesellen, soo hier wenschen gelt, Ick wens' er eene dus gestelt:
Niet al te soet, niet al te suer, Niet al te sacht, niet al te stuer, Niet al te schouw, niet al te bout, Niet al te laf, niet al te zout.
En aldus vaart hy gedurende 38 regelen voort, tot dat hy met dit grapje eindigt:
Maar hoort, jonckvrouwen, hoort een woort, Op dat'er niemant sy gestoort; Dit voor-beelt moet u niet verslaen, Die naest gelyckt, heeft best gedaen.
Cookies on Poetry Cove