Skip to content
1829

Lofdicht op de Nederlandsche tael

Prudens Duyse

Bl. 8.

Geen slaafsche leiband, die uw lossen gang weêrstreeft, Vaak schikt gij hem naar 't woord, waar op onze aandacht kleeft.

BilderdijkIn zijne nederduitsche spraakleer bl, 320. Zie ook aldaar bl. 345 zal ons dit uiteen zetten.

Het is niet volstrekt hetzelfde of men zegt: hij heeft uit wraakzucht den man, of hij heeft den man uit wraakzucht gelasterd. In 't eerste geval schijnt men den dader de wraakzucht meer in den aart te onderstellen, in het andere hecht zij meer dan deze daad alleen. En zoo is 't in 't gemeen, waar doel of oorzaak gemeld wordt, het vroeger uitdrukken hatelijker in 't kwade, en ook sterker ten aanzien van 't doel of de oorzaak. Aan het werktuig of middel geeft het ook meer emphasis.

Deze verscheidenheid van plaatsing geeft eene bijzondere rijkheid aan onze voor 't overig reeds zeer rijke taal en bevordert de welluidendheid ongemeen. Zij stemt ook in met een netheid van denken, die men thands niet dan te zelden in acht neemt, gelijk zij ook natuurlijker wijze, in evenredigheid met het inzicht in den grond der taal meer en meer afneemt, en zij beperkt ook den vrijen geest door geen kluisters, die de schande der menschheid zijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lofdicht op de Nederlandsche tael · Prudens Duyse · Poetry Cove