Bl. 11.
Wil't denkvermogen stout door 't afgetrokken dwalen,
Op evenstoute wiek, weet zij het te achterhalen.
Ook de onbeschaafdste talen zijn aan anomatopoien rijk, gelijk natuurlijk is. Maar het is niet het uiterlijke, dat onder de zinnen valt, maar de ziel, de rede, die den mensch tot een hooger wezen maakt, en deze geschiktheid van het nederduitsch ter uitdrukking van abstracte denkbeelden dient bij het uiteenzetten der voortreffelijkheid onzer taal op den voorgrond geplaatst te wezen.
Bilderdyk en Kinker zijn in dat opzigt het diepst in de gronden der taal gedrongen en hebben ons eene goudmijn doen kennen, die onuitputtelijk isArgus, III. 455..
Dit heiligdom van 't Vaderland
Werd door uw'zegenrijke hand.
ô Hoofden! Vondels! ons ontsloten;
En heel een goudstroom, schittrendrijk,
Hebt gij voor Holland uitgegoten,
ô Onnavolgbre Bilderdijk.Spandaw.