Skip to content
1829

Lofdicht op de Nederlandsche tael

Prudens Duyse

Bl. 11.

Bewondringwaarde taal! nu dondert hare toon. Dan rolt hij vloeijend voort en staag is ze even schoon.

De tirade, die deze verzen voorgaat, moge eenige voorbeelden van klanknabootzende poêzy opleveren. De dichtregelen op den oorlog kunnen als eene navolging van PiisL'harmonie imitative de la langue francaise. poème en IV chants. aangezien worden.

Deze dichter schildert hem aldus af;

Si quelqu'un me disait, peint le bruit de la guerre: Égal à mon sujet, je lui pourrais, je crois, Dans mes vers belliqueux faire entendre à la fois, Les rebonds des boulets, le sifflement des balles, Les bombes, les canons, les tambours, les tymbales, Et le hennissement des chevaux haletans, Et l'écroulement sourd des crénaux chancelants; Des femmes, des enfans, les clameurs inutiles Et des vieillards cachés les prières steriles, Et des glaives croisés le fréquent cliquetis, Et des soldats meurtris les lamentables cris, Et le fatal clairon de l'altière Bellone, Et dans la ville en feu, la cloche monotone,

Dont le funèbre airain, par son timbre argentin Tinte des assiégés le trépas, trop certain.

Onze taal vloeit van klanknabootsende woorden over. Van Winter drukt het geschreeuw der vogelen aldus uitJaargetijden, bl. 31.:

Wat slaat ge, ô pluimgedierte! eene mengling van geluid! Gij zingt, of fluit, of kraait, of roept, of schreeuwt, of schatert, Of piept, of tjilpt, of kirt, of krast, of kwaakt, of snatert, Of zucht, of bromt, of huilt.

Men kent het stukje van Le Francq van Berckhey over hetzelfde onderwerp. Te regt zingt Willems van onze moederspraak:

Waar is het schepzel dat in 't woud of luchtruijm leéft, Wiens spraek, wiens zang zij niet, als de echo wedergeéft:

KinkerProeve eener hollandsche Prosodia, bl. 136. zet dit schoon uit een: Dan eesrt is men welsprekend, zegt hij, wanneer de woorden in gedachten schijnbaar gelijktijdig zamenvloeijen, even als twee luchtstroomen, welke zich in den adem des sprekers vereenigen.

Dat onze hollandsche taal als een geschikt middel tot zulk een einde, geene verdere aanprijzing behoeft, laat zich uit het reeds gezegde gereedelijk opmaken.

In welk eene taal zal men b.v. zoo ongezocht, eenvoudig en naar waarheid de volgende beschrijving voor het gehoor schilderen?

De nacht daalde over 't meir, men landt in Rothaas baai. Daar kromt zich 't bochtig strand met wonderbare zwaai. Een rots, op 't kantig hoofd met wouden dicht bewassen, Buigt over d'oever heene en spiegelt in de plassen. Omhoog toont zich 't verblijf van Lodaas offersteenBilderdyk, mengelpoezij Darthula. , enz.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lofdicht op de Nederlandsche tael · Prudens Duyse · Poetry Cove