Bl. 46.
Is er eene tael die de verminderende woordenIndien vele verkleynwoorden te hebben de tael een cieraed aenbrengt mogen wy ons heroemen in dat stuk een voorrecht voor veéle andere te hebben. Des Roches, nieuwe nederduytsche spraekkonst. Antw. 1761, bl. 28. zoo talryk en schoon bezit als de onze, gelyk ook de trappen van vergedyking?
Die de uytheemsche woorden van andere taelen zoo beteekenende kan overbrengen? en dit om dat in haer de welluydentheyd dult, dat men veele woorden kan zamenstellen van twee, ja zelfs van meer zelfstandige naamwoorden.
Hare uytmuntendheyd blykt voor al in hare ontallyke menigte van monocillaben door welke zy de boomen, beesten, enz. uytdrukt.
Men verstaet ook gemakkelyk de menigvuldige afgeleyde woorden van eengreepige woorden.’
Tot dus verre loopt deze verhandeling betrekkelijk de boven omschrevene stelling. Wy zullen op de klanknabootsende en eengrepige woorden nader weerkomen.