Skip to content
1829

Lofdicht op de Nederlandsche tael

Prudens Duyse

Bl. 11

Der Woorden zaaklijk deel zou schenken kracht en klem.Zie Ten Kate, aanleiding tot de kennis van het verhevene deel der nederd. sprake, II 6, de plaatsen aangehaald bij Schrant bl. 73 en Lulofs uederl. stijl en letterkennis bl. 380.

Onze taal heeft eene onwaardeerbare schoonheid, welke gelegen is in den klemtoon, altijd op het zakelijke deel der woorden en volzinnen vallende; terwijl andere natien, in zonderheid de fransche, meest op onbeduidende woordleden in de uitspraak drukken. Hoe arm hunne versificatie door dit gebrek en hoe rijk de onze door die eigenschap is, weet ieder, die ze met elkander vergeleken heeft.

Men stelle, b.v., eens l'homme des champs van den besten der fransche versificateurs, tegen de vertaling van Bilderdijk overArgus, III 434.. Bl. 11. Treedt op, ô redenaars, opvolgers De Grooten!

Ja, Neêrland kan op sprekers roemen Wier galm zijn haatren siddren deed, En Witten en de Grooten noemen, Wier tong als spiets en sabel sneed; Op meer dan één, die voor 's lands regten Het vorstlijk harnas dorst bevechten,

En 't kneusde door geweld van taal; Die troonen schokte en kon verzetten, Meer dan de donders der musketten, En 't bliksemen van 't oorlogstaal. Loots.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lofdicht op de Nederlandsche tael · Prudens Duyse · Poetry Cove