Bl. 5, v. 1, v. 0.
En 't mankop, even mild als Bellens, spreiden.
Wie is die milde Bellens, vraegt men? 't Is een rymer van de stad, aen welke volgens Rymenans (in 't stukje Kerkstormery) Apolloos lier haer naem heeft gegeven. Onder andere tooneelstukken, die niet verdienen, dat men er de tytels van afschryve, deed de heer Bellens een slach van Drama, Broeder- en Zusterliefde, prenten; 't is in vyf bedryven, en maer 31 blz. groot, dus niet zonder verdienste.
Zie hier de eerste verzekens:
Myn kroost, de tyd is daer, waerin gy zonder vader
U zich bevindt.
Waerop een Catulliaen uitriep:
Genoeg, myn boekjen!.... ach.... hou stand!
'k Ben moede!.... en 't viel hem uit de hand.