Blz. 40, v. 6, v.o.
Leer duidlyk schryven, en wy sullen u begrypen.
‘Ieder wil iets nieuws uitvinden om de duydelykheyd te bevoorderen... En wat is duidelykheid bij hen? Stoffelijke onderscheidingsmiddelen, niet anders. Aen de duidelijkheid der gedachten, der redenering, der voordragt is hun weinig gelegen. De gansche tael is voor hen in de Spraekkunst... De twisten die bij ons, ik wil zeggen, in Vlaenderen en Brabant, sedert een zestigtal jaren over beuzelachtigheden ontstaen zijn, hebben de ware taelstudie van den regten weg afgeleid, en met haer alle kennis, die er mede verbonden was, doen verloren gaen, enz.’ (Bormans, Verslag, blz. 41.)