Bl. 6, v. 12.
Is 't niet uw hand, die stout de kluister brak, Waerin Desroches eens de Spelling klonk?
Schoon de Spraekkonst-schryver P.B. (P. Bincken) by sommigen als vader der accenten doorga, houden de meesten Desroches daervoor. Deze geboren Hollander dreef de accenten door tot beter verstand voor vreemdelingen, tydens het diepste vervul der vlaemsche Letterkunde, toen een Cammaert, die geheel Q. Curtius in heldenverzen berymde, voor een dichtheld doorging. Men raedplege over den man het biographisch artikel: Desroches en zyne aenhangers in de tael door Willems in het Belgisch Museum, IV. 427-447. Desroches heeft zelf later de accenten verworpen, zoo als uit zyne grieksche Grammatica blykt. Tot een staeltje van het wangedrochtelyke Desrochismus, diene het volgende logieke vonnis des heeren Behaegels, over de letter C, waeruit men tevens dezes styl, of de inkleeding zyner denkbeelden, met den regterstabberd omhangen, leere kennen: ‘Gezien hebbende het voorgaende, nopens het gehruyk der letters C, K. en S: Aenhoord hebbende de pleytingen voor en tegen het enkel letterteeken C: Gelet hebbende op het ontegenspreekelyk regt der letters K en S: Overweegende: 1o Dat de letter C, door verscheyden voorgaende nationaele besluyten, verbannen is uyt een zeer groot getal woorden, welke klaerblykelyk van vreemde taelen overgenomen zyn; en dat de natie onwederspreekelyk besloten heeft de letter C, in die woorden door K of S te doen vervangen:
2o Dat de C in de woorden, uyt de welke zy nog niet stelliglyk of wettiglyk verbannen is, meer en meer verpligt word, door het regt van 't gebruyk, haere plaets aen de letters K en S af te staen; en, naer den natuerlyken gang van het schryfgebruyk, welhaest niet meer zal gebezigd worden: 3o Dat de schryvers, die de letter C nog willen behouden in eenige weinige woorden welke als nederduytsche erkend zyn, niet overeenkomen omtrent de woorden in welke de C zou moeten plaets vinden; dat de eene C gebruyken, daer de andere zich van K en S, volgens den regel der uytspraek, bedienen: 4o Dat het moeyelyk is de eenpaerigheid onder de schryvende te bekomen, zoo lang de C, die alle haere regten in Nederduytsche woorden verloren heeft, niet geheel uyt de zelve verbannen is: 5o Dat deze verbanning, in allen deele, volgens den regel der algemeene uytspraek noodzaekelyk is; met den doorgaenden gang van geheel het schryfgebruyk onzer natie overeenstemt; en dat, gevolgelyk, het bezigen der letter C tegenstrydig is aen de twee wezenlyke Teelgronden, het spraek-en schryfgebruyk: 6o Dat alle beschaefde volkeren de vreemde woorden, in dergelyke gevallen, naer hunne uytspraek doorgaens gewyzigd hebben:
Besluyten wy:
1o Dat alle de vreemde woorden, welke onze natie, op het tegenwoordig tydstip, in haeren dienst werkelyk aengenomen, voor echt Nederduitsche woorden erkend, en dus genaturaliseerd heeft, dat alle die oorspronkelyke vreemde woorden met het uyterlyk teeken of livrey der Belgische natie moeten bekleed, en dus naer onze uytspraek en spelling moeten ingeschikt worden. En 2o Dat, gevolgelyk de letter C in echt Nederduytsche woorden niet mag gebezigd worden, ten zy gevolgd van h, als in loochenen, juychen, kagchel, kugchen, rogchel, tigchel, wichelaer; alwaer ch bynae als k moet uytgesproken worden: en dat, voor het overig, de letter C moet verbannen worden uyt alle de woorden, die op dit tydstip als Nederduytsche erkend en aengenomen zyn; en dat men dus moet schryven kabinet, kapitael, enz.’ Tot dus verre de Thouroutsche schoolregter. Wy vragen den lezer verschooning, van zyn geduld op zulk eene harde toets gesteld te hebben. De heer D'hulster in zyn Verslag over de Spellingsverhandeling van den heer Behaegel, heeft dit vonnis, waer niets dan 't mandons et ordonnons.... aen ontbreekt, insgelyks medegedeeld, en er bygevoegd: ‘Men ziet, dat de heer B. in sommige geschilpunten van Spelling met Siegenbeek overeenkomt; maer in de byzonderste is hy met dezen hoogleeraer zoo tegenstrydig, dat hy, blz. 210, over de enkele en dubbele vokaelspelling handelende, zegt: Indien deze gevolgtrekking aen den heer Siegenbeek niet bevalt dan moet ik of hy in de hersenen geraekt zyn (!?). Zie verder eenige regelen van my over 't gemelde Verslag van professor D'Hulster, voorkomende in de Bydragen voor Letteren, uitgegeven door de Maetschappy: De Tael is gansch het volk, III. 79.
Cookies on Poetry Cove