Skip to content
1842

De spellingsoorlog

Prudens Duyse

Blz. 47, v. 2, v.o.

Het land begeer 't of niet, het zal als wy eens bleeten.

Bormans (Verslag, bl. 84) zegt: ‘Daer ik niet anders als voorstander van 't menschelijke regt (bij den twist tusschen den bleetenden hoop, en de genen, welke de e op eene menschelijke wijze willen uitgesproken hebben) mag optreden, kan er geen twijfel zijn met wien ik het houden moet.’ Vervolgens na over dien scherpen klank gehandeld te hebben, die den schaepsklankgezinden zoo overdierbaer is, voegt hy er by, dat dezelve in ons land, byzonderlyk in de omstreek van Thienen heerscht, en aen de Thienenaers den spotnaem van aîkers, en vervolgens dien van kwaîkers, of endvogels, doet geven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De spellingsoorlog · Prudens Duyse · Poetry Cove