Skip to content
1842

De spellingsoorlog

Prudens Duyse

Blz. 65, v. 4.

Is 't hy niet die te Damme ligt te slapen?

Van Meellandt (Maerlant), zegt Paquot (Mém. pour servir à l'Hist. litt. des P.b., in-fol. II. 99.), was op zyn marmeren graf als een doctor in de wysbegeerte voorgesteld: hy hief de kin op, en hield zynen bril vast om op een lessenaer te lezen. Men zag Minervas vogel, zinnebeeld van nachtvlyt, aen zyne zyde. Die beeldtenis, welke zich aen den ingang der kerk van Damme bevond, uitgesleten zynde, nam men den lessenaer voor een spiegel, en er 't woord Uil byvoegende, werd er de overbekende naem uit zamengesteld.’ Men weet dat het aerdig leven van Thyl, vader van 't fransche Espiègle, eindigt met de woorden: ‘Sy stopten het graf weder toe, en lieten hem in de parochiale kerke van Damme, daer synen serck en grafstede noch is.’ Buiten den heer V.. L.., die van Maerlant pryst, loopen de hoofdmannen der Spellingsprotestanten met den geleerden leek der XIVe eeuw niet hoog. ‘Behaegel, zegt Bormans (Verslag, blz. 15), is het met niemand eens, zeer dikwijls met zich zelven niet. De Spelling, die hij voordraegt, strijdt niet slechts met de algemeene uitspraek, het gezag van elk Spraekkundige, en het gebruik van alle Nederduitsche, zoo wel Zuidelijke als Noordelijke, schrijvers (ik spreek van de latere; de oudere kent hy in 't geheel niet, en wil ze bij gevolg ook niet erkennen); maer wat nog erger is, hij steunt op zoodanige grondbeginsels (en hoe nog ontwikkeld en toegepast!) als in geene tael ter wereld aennemelyk zijn.’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De spellingsoorlog · Prudens Duyse · Poetry Cove