Blz. 39, v. 8, v.o.
Zoo 't nuttig onderscheid, door u verworpen, vrinden, Niet in de tael bestond, men diende 't uit te vinden.
Dit schynt eene parodie van Voltaires bekende regel:
Si Dieu n'existait pas il faudrait l'inventer.
Een regel, die door Laurentie in zyne Introduction à la Philosophie voor valsch, betrekkelyk de uitdrukking, wordt uitgekreten. Het voorbeeld, op blz. 39 staende: ‘Den Heer... verbergt de hemel u (Lucifer, IIe bed.)’ werd reeds door professor D'hulster in zyne Verslag over de verhandeling van den heer Behaegel (Gend, 1838, bl. 32) aengehaeld, als pleitende voor den De in nom. masc., uit hoofde van omzetting en nadruk. Als een voorbeeld, waerin by de duidelykheid bevordert, gaf de heer D'hulster de oude rymkens van 1539 op:
Hoe groot, hoe sterk dier is de elephant, Nochtans verwintet de mensche ten fyne.
‘Indien onze vaderen, voegt er de geleerde professor by, geen onderscheid tusschen den beheerschenden en den beheerschten naemval hadden gemaekt, en daer, gelijk men ons wil voorschrijven, den mensch hadden gesteld, wat belagchelijke voorstel: nochtans verwint (de elephant) den mensch. - Veronderstelt dat een schrijver, de verschillige bestemming van het Dier en van den Mensch willende aenduiden, om in deze onderscheiding den nadruk op Dier en Mensch te doen vallen zich aldus uite:
Al worden zij gelijk, na hun ontslapen, Afzigtelijk, en roerloos, en verwormd: Het dier is slechts voor korten stond gevormd; Den mensch heeft God voor de eeuwigheid geschapen.
Hier zou, volgens de taelregels van B., de omzetting in het laetste vers eenen goddeloozen zin aenbieden: namelijk, dat het de mensch is die God geschapen heeft.’
Cookies on Poetry Cove