Skip to content
1842

De spellingsoorlog

Prudens Duyse

Blz. 53, v. 2, v.o.

De meester weet, dat hy niet heeft te zorgen Voor die reeds kwam tot jaren van verstand.

De heer Putman, te G..... schreef te regte het volgende over Desroches en Behaegel, in de verhandeling door hem aen de Commissie ingezonden: ‘Hunne poogingen strekten geenzins om tot de herbloeying van de letterkunde te komen; hun bezonderste oogmerk was de tale regelmatig te maken, tot gemak van het onderwys. Zy arbeydden als schoolmeesters, meer in hun eygen belang, dan tot een verhevener doelwit. Zy lukten tamelyk, door dien zy alles wat schoon en edel in onze sprake was, naer hun goeddunken slagtofferden. Volgens hunne eygen bekentenis hebben zy met dit inzigt geschreven; ook zyn hunne Spraekkunsten veeleer ingerigt om tot de vreemde taelleer over te gaen, dan om de Nederduytsche grondig te leeren kennen... Zulke voortbrengsels verdienen gevolgenlyk maer naer weerde geschat te worden; het is daer niet dat de echte leer gevonden wordt; ieder kan stelsels naer zynen wil maken, doch eygenbelang en gemak zyn geene krachtige vederen waermede men zich hoog verheffen kan.’ (Verslag, blz. 73.)

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De spellingsoorlog · Prudens Duyse · Poetry Cove