III.
Reeds houdt de regen op van vallen:
daar priemen stralen de wolken door...
Hoor! de eerste vogelliederen schallen,
en de zonne praalt in volle gloor...
Kijk nu in 't rond! Bij duizendtallen
zwermen daar zangers - éénzelfde koor,
en laten zich 't zonneschijntje bevallen...
Doch, droog staan daadlik plas en voor!...
Heet! Heet en heeter steekt de zonne!...
De kikker kwakt niet langer voort
en waggelt droef, op de zon verstoord,
en bromt halfmonds: ‘Wat nu begonnen?
Wat gaat die Lent weer droevig zijn...
Nooit regen - altijd zonneschijn!’