Skip to content
1881

Lentesotternijen

Pol Mont

II.

O zoete lust, bij blijden zomertijd u weer te zien, dorp, waar ik ben geboren! daar tuinen, velden, boschjes, dicht en wijd volzalig blaakren in het middaggloren.

Dan sta ik uren op de heuvels. Wijd in 't Noord, de boomen over, lonkt de toren en 't glimmend gouden haantje, dat van tijd tot tijd de schalksche windjes komen storen.

De boeren groet ik, die op hark of riek geleund, het zwartgebrande pijpken stoppen of vochtige kluiten van hun blokken kloppen;

en 't lieve blondje, blozend als een kriek, dat, op het klaverland, heur lied doet klinken, lonkt zacht mij toe, met lokkend oogenpinken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lentesotternijen · Pol Mont · Poetry Cove