III.
Een horen toet in de verte drijmaal.
de wachter kondigt den morgen:
Het daget in den oosten,
het lichtet overal...
Gij, vogelenkoor, langs bosch en dal,
ontwaakt, en slaat uw blijdst geschal...
De zon is daar... De morgend daagt...
al wat daar rust, ontwaakt... Ontwaakt!
Vogelenstemmen, gerucht van vlerken, verward klokkengeluid stijgen allerzijden op.