Skip to content
1634

Jeugdige minne-spiegel

Pieter Nootmans

Stemme: Die mindt die lijdt veel pijn. Waer vliedt ghy Titer heen, Grasend' van mijn Vee, Door het dorre sandigh duyn? Siet 'tminnens-brack-geween Vws droeve Galathee, Van de hooge Bergens-kruyn,

Met fel geschrey, Bevocht dees groene wey, Ach! dat u wreedt gemoedt Galathea treuren doet.

2. V Lamm'ren die ghy graest, Bleeten door de pijn, Die u Harderinne voeldt, Ach! Titer u doch haest, Haest u Titer mijn, Eer de bleecke Doodt bedoelt Mijn teder hart, Door minnens felle smart, Die vaeck u Galathee Treuren doet, door Zielens wee.

3. Laetst als ick 'tschaepje teer Dreef uyt dees groene wey, Na den Els met grooten rouw, Song 'tNachtegaeltje weer, In dese groene ley, En sey: Titer is ontrou, Die sijne min, Niet aen sijn Harderin, Wil geven door geschrey, Noch door soete mins-gevley.

4. Als ick mijn teed're leen, Gae rusten in het veldt, By mijn Schaepjes allegaer, Om dat ick ben alleen, Den Echo my verselt, Die mijn klacht wil bootsen nae, Ick sie de blaen Oock nimmer stil en staen, Vermits mijn hart ontstelt, 'tLofje aen de Boomen quelt.

Daerom, O Titer wreedt, Her-set u straff gemoedt, En u Harderinne mindt, Geef blijdschap voor haer leet, Geef Min, die minne voedt, Maeck de weder-min verwint; Doch alle schae Die door u ongenae, En straffigheydt, Hare doodt-schicht hadt bereyt. Een of Geen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jeugdige minne-spiegel · Pieter Nootmans · Poetry Cove