Skip to content
1634

Jeugdige minne-spiegel

Pieter Nootmans

Stemme: Grusella schoone Maegt, &c. 1. Loff lodderlijcke Bruydt, Die Pallas heeft gesonden uyt Des Hemels-Throon, V oogen, bedrogen, Te licht, 'tgesicht, door't Wicht Van alle de groote Goon. 2. Loff, loff, Heer Bruydegom, die noyt sijn Bruyt en ruylde om Des Werelts-goedt, V loncken, ontsoncken, Soo'k meen, met reen, den steen Van haer verstaelt gemoedt. 3. Geluckigh is den Bandt Die ons Godt den Heere vand In't Paradijs, Sijn Segen, als regen, Sal gaen, en slaen, voortaen, Op alle menschen wijs. 4. Siet hoe dijn Afgodin Geduyrig brant, en schittert in De liefde soet˙ Hoe jeugdigh, en vreugdigh, Ten thoon, u schoon, geeft loon Aen 'tgeen u minnen doet.

5. Want die sijn vlugge tijdt Gestadig jaegt en steets verslijt In minnery, Door lusjes, en kusjes, Der Min-Godin, raeckt in Haer net sijn vryheydt quijt. 6. Doch als door 'tnaer geween, Ws bitt're pijn, 'thart van Heleen Vermurrewet was, Door 'tlijden, verblijden, Haer seer, veel meer, door d'eer Om dat sy u genas. 7. Wel aen twee-zieligh Een, Schep nu de vreugt, en wildt vertreen V swaer ellendt, V leven, sal geven, Door jeugt, de deugt, in vreugt, En blijven ongeschent. Een of Geen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jeugdige minne-spiegel · Pieter Nootmans · Poetry Cove