Maria Eleonora d' Est, prinses van Modena, tweede gemaalin van Jacobus den II,
'k Verliet den troon, en ben den haat des volks ontvlucht,
Door raad van mynen vorst, met die verdachte vrucht,
Die om het staatsbelang der geestlykheid van Romen,
Te onryp, op ons gebed, ter waereld is gekomen.