De groote Hoer zittende op een gedróchtelyk beest.
De Hoer van Babilon die woont op Zeven bergen,
En zittende op een beest dat zeven hoofden heeft,
Die haaren Gruweldrank van hoereryë geeft,
Aan machtigen der Aarde, en durft Gods gramschap tergen,
Vervolgt de waare kerk door haare afgodery;
Wyl 't zevenhoofdig beeft haar voedt met hovaardy.