Jaarzang.
Stemme: Als 't begint.
De liefde.
Wy zullen Kunstliefs Jaardag vieren,
Op onzen wolken troon;
Men vlecht voor hem een kroon,
Zyn zuiv're deugd ten loon,
Van Hemelsche Amarant, en mirten en laurieren.
ô Zuivre Hemeldeugd, daal neder!
En zit aan 's Bruigoms zy!
Schenk goden lekkerny,
Op 't vrolyk Jaargety,
Gy hebt hem steets bemint, en hy bemint u weder.
Hoe zal zyn hart in vreugd ontfonken!
Ik heb de schoonste maagd,
Daar de Amstel roem op draagt,
Die zyne ziel behaagt,
Op zynen Jaardag hem in 's Hemels gunst geschonken.
De Spaarenstroom en Amstel zingen:
Leef lang, o heilryk Paar!
Dat de Opperzegenaar
Uw hulp zy Jaar op Jaar
En de eedle deugden steets uw ryken disch omringen.
Dan zullen uwe braave vaderen
Die uwe tedere jeugd,
Met wysheid, eer en deugd
Geleidden, tot hunn' vreugd,
Den Jaarelykschen disch der lieve kind'ren naderen.
Minerva zal uw ryken handel,
In goud, en zyde stof,
Uitbreiden, en uw lof
Door menig vorstlyk hof
Doen vliegen, met de faam van uwen vroomen wandel.