De Vrouw door den Draak vervólgd.
De Draak van Michaël ten Hemel uitgeworpen,
Vervolgt de vrouw die op haare Arendsvleug'len vlucht.
Hy spuuwt een waterstroom; opdat zy 't nat zou slorpen,
En dus verdrinken met haar langgewenschte vrucht:
Dat Zaat der vrouwe, dat den kop hem in zou treeden,
Om dat hy Adams val heeft uitgewerkt in Eden.