Henrik de VIII, koning van Engeland.
Ik heb de deugd geacht: maar de ondeugd meer bemind.
Myn aart bedurf het hof. Myn vrouwen, gunstelingen,
En dienaars maakte ik groot, in aanzien en bewind,
Doch deedt hen beurt om beurt in 't kort na 't leven dingen.