Het Kindtje Jezus in doeken gewonden.
De zuiv're Moeder maagd zit arm'lyk in een stal,
Met Godts geliefden Zoon, den Koning van 't heelal,
Den Vorst der Eeuwigheid, Raad, sterkte, kragt, en held,
Die in het vleesch verschynt; opdat hy, dien 't geweld
Des doods heeft, overwinne, om, door zyn kruis en sterven,
Het eeuwig leeven voor het menschdom te verwerven.