Skip to content
1751

De gedichten. Deel 3

Pieter Langendijk

Vtfde boek.

De Paradysvorstin, des morgens vroeg ontwaakt, Verhaalt haar bangen droom, die Adam 't harte raakt: Hy troost zyn wederhelft: Zy zingen by het ryzen, Der Zonne, 't morgenlied, om hunnen Godt te pryzen. De Hemelmajesteit belast zyn afgezant, Dat hy hen onderricht van hunnen vryen stand, Ja hen vermaane, Godt gehoorzaam aan te kleeven, Om hen geen' stoffe tot ontschuldiging te geeven. De snelle Rafaël breidt zyne vleug'len uit, En vliegt naa 't Paradys, daar Adam en zyn' Bruid Voor Edens lustpriëel, het pluimgediert verwekken Tot quinkeleeren, en van verre hem ontdekken. De Vorst van 't Paradys onthaalt den Cherubyn Met vruchten uit den hof, die frisch en lieflyk zyn, Geplukt van Evaas hand, en aan den disch geleegen, Ontdekt hy 's hemels last, opdat zy overweegen, In wat gevaar zy staan, door 's vyands macht en list, Die legioenen heeft tot oproer aangehitst,

Om zyne hovaardy te styven, zich doen vreezen, En (wat verwaatenheid!) zelf Godt gelyk te weezen; Versinaadende Abdiël, die hem ten goede raadt, Zyn droeven val voorspelt, en zyne zy verlaat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De gedichten. Deel 3 · Pieter Langendijk · Poetry Cove