Zanger.
ô Bruiloftsdag, hoe zoet, hoe bly!
Sluit gy een ring van 't Jaargety!
Na zesentwintig Jaaren,
Dat Kunstliefs leevenszon eerst oprees aan het Spaaren!
Ik hoor deez' blyde bruiloftsgalm:
‘Bindt Kunstlief vast met maagdepalm,
En rys van groene linden;
Neen! laat de Liefde zelf hem in haar tempel binden.