De Vrouw en de Draak.
De vrouw die met de zon (of Christus) is bekleed,
En op de maan (dat is de Synagoge) treedt,
En twaalefsterren draagt om haaren kruin te dekken,
Die tot een zinnebeeld van Godts Apost len strekken,
Verbeeld de waare Kerk op Aard, die zwanger is,
En steets beloerd word van den draak der duisternis.