Skip to content
1751

De gedichten. Deel 3

Pieter Langendijk

Tweede boek.

Het ooverleg begint. Den Raad word voorgeslaagen Door Satan, of hen weêr een veldslag staa te waagen, Om 't ryk der Hemelen te winnen, door hun moed. Dees stemt het toe, die af, en eindelyk vindt men goed, Om loos de waarheid der voorzegging naa te speuren Van 's waerelds schepping, die nu bynaa moest gebeuren. Men twyfelt, wie bequaam tot deezen aanslag is: Maar Satan, 't opperhoofd der naare duisternis, Neemt deezen tocht op zich: elk juicht; hy word gepreezen, En yder vliegt zyns weegs, tot hy weêrom zal weezen: Dees Spie zag voor de hel zich in zyn vlucht gestuit, Door eenen wachter, die de poort in 't einde ontsluit. Waar op hy zich naa 't ruim des afgronds laat geleiden, Dat hel en hemel houdt in eeuwigheid gescheiden. De doortocht schynt hem zwaar op zulk een naar gezicht; Hy waagt hem echter; wyl vorst Chaos hem bericht, Wat streek hy houden moet, om 't groote werk te aanschouwen Der nieuwe waereld, die Godts almacht stond te bouwen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De gedichten. Deel 3 · Pieter Langendijk · Poetry Cove