Ik was een vreemdeling, en gy hebt my geberbergt.
De heilige van ouds heeft door barmhartigheid
Godts Eng'len, onbewust, somtyds in huis geleid:
Doch grooter was hun heil, die Christus leerelingen,
In hunne vreemdlingschap, vol liefde in huis ontfingen;
Dewyl de Heere zelf door zynen mond verklaard:
Gy gaaft my herberg toen ik vreemdeling was op aard.