Elizabeth, koningin van Bohemen.
Als konings kind, en vrouw eens konings, zonder goed,
Volg ik myn Echtgenoot, op wien het noodlot woedt.
'k Vond by myn vader zelf geen bystand in den nood:
Maar Hollands Maagd biedt my haar beurs en zachten schoot.
Einde der vertaalde Byschriften uit het Fransch van Larrey.