Ik ben bongerig geweest, en gy hebt my te eeten gegeeven.
Een aalmoes, die men geeft uit enkel mededogen,
Is menschlyk: maar die iets om Christus wille geeft,
Aan de arme leden, die hy nagelaaten heeft,
Geeft zynen Heiland zelf, door 't waar geloof bewogen:
Die met deez' troostspreuk zulk een zuiv're mildheid pryst,
'k Ben hongerig geweest, en gy hebt my gespyst.