Uitlegging van de eerste vertooning.
De windnegotie zit op eenen troon van blaazen:
Omdat zy wind voor goud verkoopt aan duizend dwaazen.
Trouwloosheid, List, Bedrog, en valsch-verkregen goed,
Zyn hoofd bedienden: dees verdryven de overvloed.
De Zotheid, Eigenbaat, verbeeldinge van schatten,
Benevens de ydele hoop, die alles wil omvatten,
Zyn samen neêrgeknield, en smeeken haar om gunst:
De Elende, 't Misfortuin, met de Armôe, Schande, en Kunst
Zien de Eed'le Wetenschap, met Koopvaardy bezweken,
En wenschen om Merkuur, den Handel-god te spreeken;
Opdat de wind verwaaij, door kloekheid en verstand;
Zo bloeij de koopmanschap, ten nut van 't vaderland.