Tweede tegenzang.
Geen held, hoe wys, hoe sterk, hoe machtig,
Kan deeze hartstocht wederstaan:
Het vuur der min is elk te krachtig,
Als hy 'er van wordt aangedaan.
Beschouw met ernst de schoone spélen,
Door 't ryk vernuft van Ryk gedicht,
Wiens maatzang 't keurigst oor kan streelen,
Dien Aemstels Schouwburg is verplicht;
Dan leert gy hoe de grootste mannen
Zyn overwonnen van de min.
Zy sluipt zelfs harten van tirannen,
En fiere ryksprinsessen in;
Geen wonder dat zy jongelingen,
En maagden, kan tot liefde dwingen.