Op de zeven-endartigste Tekening.
Zy wil zich van den berg uit wanhoop laaten vallen,
Maar wordt weerhouden van de Gramschap, die zy hoort.
Dees zegt, by Tenarus, dien berg, ziet gy de wallen
Van 't groot Lacedemon; niet ver van zyne poort
Is d'ingang van de hel; voorts raadt zy haar veel dingen.
De gramschap kan somtyds de drift der wanhoop dwingen.