Aan Bonifaas.
Wat roemt gy, Bonifaas, op prachtige ommegangen
Die gy te Romen zaagt in 't laatste jubeljaar,
Toen 't beeld der moedermaagd, een mispop van 't altaar,
Als Jezus wierd gediend, met bidden en gezangen.
Myn vriend, gy hebt vergeefsch dien ommegang gedaan;
Want die de wegen weet behoeft niet om te gaan.