Op de achtiende Tekening.
God Pean, speelende op het riet van zeven monden,
Voor vlietnimf Kanna, die haar orgelkeeltje paart
Met zynen herderstoon, ziet Psiche, die vol wonden
Naar d'oever macht'loos dryft, die hy het lyf bewaart,
Schoon 't water van de beek haar hart scheen te overstelpen.
De wanhoop woedt vergeefsch, indien de Goôn ons helpen.