Skip to content
1760

De gedichten. Deel 1

Pieter Langendijk

Zang. Stem: Tranquilles Coeurs.

1. O Meimaand voedster van de min! Verquikster van het lieve leeven! Gy haalt den zoeten wellust in! Gy lokt hem in uw groene dreeven! Het pluimgedierte queelt, op 't feest van Celadon, Die schoone Astre verwon.

2. Geluk, ô zoetste herderspaar! Gy smelt, naar 's heemels welbehaagen, Uw zuivr'e harten in elkaâr, Tot vreugd van alle uw lieve maagen. Het nachtegaaltje zingt, met lieffelyk geluid, Den roem der schoone bruid.

3. O Celadon kus uw Astre! Zy noodt u door verliefde lonken. De min nam in haar oog zyn steê, En schoot uw borst vol minnevonken. Nu blaakt uw jeugdig hart. Dat vuur zy nooit geblust: Maar staag in brand gekust.

4. De hemel, die de deugd waardeert, Doe u gestaag in liefae groeijen; Zo werd uw min van elk geëerd; Zo zal uw vee en akker bloeijen; Zo leeft gy met malkaâr, in liefde tot de deugd, Die bosch en veld verheugt.

5. Indien 't de wil des hemels zy, O Celadon, ô lieve Bruidje, Zo worde op 't naaste Jaargety, Uw stulp gezegend met een spruitje, Tot vreugde van 't geslacht, dat zingt met blyden zin: De hemel kroon dees min! Koomt Aemstel Nimfen, strooijt dit paar met versche bloemen, Bataafsche Muzen wilt dit trouwfeest altoos roemen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De gedichten. Deel 1 · Pieter Langendijk · Poetry Cove