Briefje van N.N. aan Amaril.
Uw vader, Amaril, heeft my wel eer beloofd,
Toen 't in zyn macht nog was, een man van my te maaken.
Nu heeft zyn dood my, laas! van dat geluk beroofd;
Dies wensch ik, zoete maagd, door u daar toe te raaken.
'k Begeer het niet voor niet, schenk, schoone, my uw trouw.
Ei maak van my een man, ik maak van u een vrouw.