Op de zesde Tekening.
Nu moet het konings kind haar bangen staat beweenen.
't Orakel wordt voldaan. ô Welk een harde zaak!
Daar gaat de koning met haar lieve maagschap heenen.
Zy blyft alleen, op 't hoog gebergt, ten doel der wraak.
Men moet zich op 't gebod der Goden willig toonen.
Al schynt de deugd in nood de liefde zal haar kroonen.