Op de elfde Tekening.
Daar gaat de minnegod de vrucht der liefde plukken,
Onzichtbaar voor zyn bruid, op 't huuwlyksledekant.
Hoe weet de konstenaar zyn hartstocht uit te drukken!
Ei zie, het boefje lacht, my dunkt hy watertand.
Niets kan meer lust, en vreugd, en zielsgenoegen baaren,
Dan daar de zuiv're min en deugd en schoonheid paaren.