Skip to content
1760

De gedichten. Deel 1

Pieter Langendijk

Op de negende Prent.

Gelukkig is het land daar zulken raad regeert, Waar van het eene lidt nooit 't ander overheert, Veel min, om iemands stem naar zynen zin te dwingen, Een machtig vorst of prins zoekt in den raad te dringen; Hy doet gelyk het paerd, het welk uit nydigheid Den ruiter opneemt, en zyn eigen val bereidt, Terwyl hy 't snelle hert met haast zoekt naar te jaagen. Al sterft het hert hy wordt niet van den toom ontslagen. Een vorst gebruikt zyn macht, als hy zich meester ziet. De vryheid heerscht door raad, de Prinse door gebied.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De gedichten. Deel 1 · Pieter Langendijk · Poetry Cove