Op de zeven-enveertigste Tekening.
Zie Psiche nu de doos aan Citeréa schenken.
Zy zegt haar hoe zy voer om laag by Proserpyn,
En bidt ootmoedig dat zy haar niet meer wil krenken,
Maar na zo veel verdriets, en ramps, genadig zyn;
Waardoor zy eind'lyk 't hart van Venus schynt te buigen.
De deugd kan door geduld de gramschap overtuigen.