Op de zeven-entwintigste Tekening.
De hemelboô Merkuur, met vleugels aan de beenen,
Vliegt uit een wolk, en roept, dat al wie Psiche vindt,
Op lyfstraf haar geen plaats of schuilhoek mag verleenen,
Vermits haar Venus zoon te roekloos heeft bemind.
Hy die haar vangen kan en lev'ren by het leeven,
Mag zeven kusjes aan godinne Venus geeven.