Op de vier-enveertigste Tekening.
De helsche koningin laat Psiche weer vertrekken,
En geeft aan haar de doos waar in de schoonheid leit,
Die haar een groote proef by Venus moet verstrekken,
Van ongekreukte deugd, trouw, en standvastigheid.
Al moet de deugd gestaag met weêrpartyders kampen,
Zy zegepraalt in 't eind, en vliegt door alle rampen.